Ruimtewoorden in gewone taal
Op deze pagina staan belangrijke woorden uit de quiz in duidelijke taal uitgelegd. Handig voor kinderen, beginners en bezoekers die eerst willen begrijpen voordat ze spelen.
Planeet
Een planeet draait om een ster en geeft zelf geen licht zoals een ster dat doet.
Ster
Een ster is een hete bol die zelf licht en warmte uitstraalt. Onze Zon is een ster.
Maan
Een maan draait om een planeet. De Maan van de Aarde is daar het bekendste voorbeeld van.
Dwergplaneet
Een kleinere wereld die om de Zon draait, maar niet bij de acht hoofdplaneten hoort.
Rotsplaneet
Een planeet met een stevige, rotsachtige opbouw. Mercurius, Venus, Aarde en Mars horen hierbij.
Gasreus
Een grote planeet die vooral uit gaslagen bestaat, zoals Jupiter en Saturnus.
IJsreus
Een grote buitenplaneet met een andere samenstelling dan de gasreuzen. Uranus en Neptunus zijn ijsreuzen.
Atmosfeer
De laag van gassen rond een wereld. De Aarde heeft een atmosfeer, de Maan bijna niet.
Omloop
Het rondgaan van een planeet om de Zon of van een maan om een planeet.
As
De denkbeeldige lijn waarom een planeet draait. Door die draaiing ontstaan dag en nacht.
Kraters
Ronde inslagsporen op een oppervlak. Je ziet ze vaak op de Maan en op Mercurius.
Ringstelsel
Een verzameling ringbanen van ijs en stof om een planeet heen.
Kuipergordel
Een gebied ver buiten Neptunus waar veel kleine ijzige werelden draaien, zoals Pluto.
Asteroïdengordel
Een gebied tussen Mars en Jupiter met veel kleine rotsachtige objecten. Ceres draait daar ook.
Broeikaseffect
Het vasthouden van warmte door een atmosfeer. Op Venus is dat effect extreem sterk.
Zonnestelsel
De Zon met alle planeten, manen, dwergplaneten en andere objecten die erbij horen.